Nieuws

Hulp nodig?

Bent u benieuwd wat deze ontwikkelingen voor u betekenen? Neem dan contact met ons op.

Contact

Trainerende verzekeraars?

Op 18 november 2019 is er weer een uitzending van Radar over letselschade geweest. De problemen die door de slachtoffers worden benoemd bij de afhandeling van letselschadezaken zijn erg herkenbaar in de praktijk. De problemen die door de verzekeraars worden aangekaart (personeelstekort) overigens ook. Hopelijk leidt deze notitie tot actie!

Bekijk hier de uitzending van Radar.


Hoe bewijst u als werknemer dat uw werkgever aansprakelijk is bij een bedrijfsongeval?

In tegenstelling tot wat veel mensen denken hoeft niet de werknemer te bewijzen dat de werkgever ‘aansprakelijk’ is. De werkgever moet eigenlijk bewijzen dat hij niet aansprakelijk is. De werkgever moet namelijk bewijzen dat hij voldoende instructies heeft gegeven en zijn werklokaal veilig heeft ingericht en dat het ongeval dus zogezegd niet zijn schuld is.

Hoeft u als werknemer dan niets te bewijzen?

Jawel, als werknemer moet u wel bewijzen dat er een bedrijfsongeval heeft plaatsgevonden. Wat er precies is gebeurd, hoeft u dan weer niet te bewijzen.

Voorbeeld:

Stel u bent schoonmaakster en u valt van de trap. De werknemer moet in dit geval bewijzen dat er tijdens werktijd een ongeval heeft plaatsgevonden. De werknemer hoeft niet te bewijzen wat er precies is gebeurd. Ook hoeft de werknemer niet te bewijzen dat het ongeval de schuld is van de werkgever omdat hij niet heeft voldaan aan de wet. De werkgever moet bewijzen dat hij wel heeft voldaan aan de wet.

In haar arrest van 9 januari 2018 heeft het Gerechtshof Noord-Nederland deze rechtsregel weer bevestigd. In deze casus viel een schoonmaakster van de trap terwijl ze een stofzuiger droeg. Hoe en waarom ze precies is gevallen weet zij niet precies. De werkgever betwist dat de werknemer op het werk is gevallen. Het Gerechtshof vraagt de werknemer om dit te bewijzen.

Bron: ECLI:NL:GHARL:2018:220


Wat doet een medisch adviseur eigenlijk?

Als u slachtoffer van een ongeval bent geworden en de wederpartij aansprakelijk stelt dan volgt er daarna meestal een lang traject. Daarin worden de gevolgen van het ongeval onderzocht. Mensen denken daarbij vaak vooral aan de schade. Het verlies aan inkomsten, de kosten voor de fysiotherapeut of bijvoorbeeld smartengeld. De hoogte van de schade wordt echter ook bepaald door de medische gevolgen van het ongeval. Met andere woorden, wat zijn nu eigenlijk de klachten die door het ongeval worden veroorzaakt? En wat voor beperkingen leveren die op? En komt dat wel door het ongeval? Of is er misschien iets anders aan de hand?

Dit zijn nu precies de vragen waar een medisch adviseur zich mee bezig houdt. Als het goed is zijn er bij een letselschadezaak altijd twee medisch adviseurs betrokken. Eén van de advocaat van het slachtoffer en één van de aansprakelijke partij.

Waarom is een medisch adviseur nodig?

De medische informatie van een slachtoffer mag niet zomaar door de behandelaar van de verzekeringsmaatschappij worden bekeken. In beginsel mag alleen een arts dit inzien en beoordelen. Daarom hebben bijna alle verzekeringsmaatschappijen een medisch adviseur.

Waarover adviseert de medisch adviseur?

Een medisch adviseur geeft advies over de medische aspecten van een letselschadezaak. De opdrachtgever stelt vragen aan de medisch adviseur over wat hij wil weten. Dit kan bijvoorbeeld gaan over de klachten die iemand heeft door het ongeval en de ernst van deze klachten. Ook kan de medisch adviseur inschatten of deze klachten ook beperkingen opleveren in het werk, huishouden of bij het onderhoud van de woning.

Moet er ook informatie van vóór het ongeval worden gegeven?

In principe is het ook de taak van de medisch adviseur om te beoordelen of het medisch dossier compleet is en of er nog aanvullende informatie moet worden opgevraagd of niet. Vaak wil de medisch adviseur van de verzekeringsmaatschappij informatie over de medische voorgeschiedenis ontvangen. Dat zijn de medische stukken van vóór het ongeval. In sommige gevallen heeft de medisch adviseur deze stukken echt nodig om te kunnen beoordelen of de klachten door het ongeval zijn veroorzaakt. In andere gevallen kan wel eens gedacht worden dat de verzekeraar op zoek is naar een andere oorzaak van de klachten die er misschien helemaal niet is. Het is dus niet aan te raden om deze informatie altijd maar klakkeloos te overleggen aan de wederpartij. Hierover kan het beste overleg plaatsvinden met de medisch adviseur.

Is het advies van de medisch adviseur bindend?

De medisch adviseur geeft altijd advies. De advocaat of behandelaar van de verzekeringsmaatschappij is hier dus niet aan gebonden en hoeft het advies niet op te volgen. Dat is anders bij een medische expertise. Dat is een onderzoek door een onafhankelijk derde en dus niet één van de medisch adviseurs.

Wat doet een medisch adviseur nog meer?

Een medisch adviseur geeft vaak ook advies over het intreden van de medische eindsituatie. Dat is het moment waarop de zaak kan worden afgewikkeld (beëindigd). De medisch adviseur geeft bijvoorbeeld aan of er een afsluitend geneeskundig onderzoek (“expertise”) moet worden uitgevoerd en door wie. Ook geeft hij advies over het opnemen van een voorbehoud. Dat is een uitsluitingsclausule voor een bepaald deel van de schade. Bijvoorbeeld voor het intreden van verergering van de klachten door versnelde artrose.

Ook een medisch adviseur naar uw zaak laten kijken?

Heeft u ook een ongeval gehad en wilt u uw zaak ook laten beoordelen door een medisch adviseur? Neem dan direct contact op voor de mogelijkheden. Het advies van de medisch adviseur wordt in de meeste gevallen volledig vergoed door de wederpartij.


Verhoogde aansprakelijkheid bij lichamelijke tekortkoming

Zin in een feestje maar nog herstellende van een operatie? Opgepast! Mensen die slecht ter been zijn leveren een verhoogd risico op aansprakelijkheid op, bevestigde de rechtbank.

Voor zijn zestigste verjaardag organiseert meneer X samen met zijn echtgenoot een feestje in huiselijke sfeer. Het is een mooie zonnige dag in september en de gasten drinken een borrel in de tuin. Een van de genodigden, die herstellende was van een achillespeesblessure, komt ook even langs. Terwijl hij van de bijkeuken naar de garage loopt struikelt hij over een afstapje waardoor hij tegen de vrouw des huizes aan valt. Zij breekt hierdoor haar heup en zij heeft zelfs een kunstheup nodig.

De vrouw des huizes stelt de bezoeker aansprakelijk voor de schade die zij door de val heeft geleden. De bezoeker zou zijn gestruikeld omdat hij slecht ter been was omdat hij nog herstellende was door de operatie. Deze lichamelijke tekortkoming kan de aansprakelijkheid niet beletten. Sterker nog, de rechtbank oordeelt dat het lichamelijk letsel juist de onrechtmatigheid met zich meebrengt waardoor de man aansprakelijk wordt.

Is dit nieuw? Nee. Er zijn al eerdere uitspraken geweest van onder meer het Gerechtshof en de Hoge Raad waarin mensen door een lichamelijke tekortkoming (gebroken voet of een onwillekeurige reflex-beweging tijdens het bewusteloos raken) aansprakelijk werden voor de schade die daardoor werd veroorzaakt.

Wel even opletten dus als u een lichamelijke tekortkoming heeft. Het zou zo maar eens tegen u gebruikt kunnen worden.

Bron: ECLI:NL:RBNNE:2017:240


Wat kunt u als slachtoffer doen bij "niet-objectiveerbare" klachten?

Stel je hebt na een ongeval klachten waarvan de oorzaak niet gevonden wordt. De dokters kunnen niets vinden op de foto’s maar u heeft wel pijn. Kunt u dan wel aantonen dat u klachten heeft? En is de aansprakelijke verzekeraar dan verplicht om schade te vergoeden?

Niet getreurd. In 2001 heeft de Hoge Raad der Nederlanden al bepaald wanneer bij "niet-objectiveerbare" klachten toch de schade vergoed moet worden. Dit werd vooral gebruikt in "whiplashzaken". Op 28 december 2016 is de onschatbare waarde van dit arrest weer bewezen. Ook bij klachten na een bedrijfsongeval waarbij de werknemer werd geëlektrocuteerd werd dit arrest gebruikt om de schade vergoed te krijgen.

Op 12 april 2007 is de eiser slachtoffer geworden van een bedrijfsongeval waarbij hij werd geëlektrocuteerd. Hierdoor heeft hij klachten van vermoeidheid, concentratiestoornissen, transpireren, koude extremiteiten en vaag zien aan het linkeroog. Deze klachten zijn echter medisch niet verklaarbaar. Er worden zogezegd "geen afwijkingen" gevonden. De verzekeraar grijpt dit aan, de klachten zouden niet door het ongeval komen, en de schade hoeft niet vergoed te worden.

Dat is niet verrassend. Lange tijd hebben verzekeraars geroepen dat als er geen afwijkingen op foto’s te zien zijn, er geen klachten zijn en er geen schade hoeft te worden vergoed. Dit was vooral een probleem bij de zogenaamde "whiplash-zaken". De nekklachten konden niet worden verklaard en dat grepen verzekeraars aan om niets te hoeven uitkeren.

Daar heeft de Hoge Raad in 2001 korte metten mee gemaakt. Kort gezegd zei de Hoge Raad het volgende. Als de klachten

"reëel, niet voorgewend en niet geaggraveerd/gesimuleerd zijn"
dan gaan we ervan uit dat ze bestaan. Dit moet worden onderzocht door een arts. Hij moet beoordelen of het slachtoffer klachten heeft. Vervolgens moet worden vastgesteld of deze klachten door het ongeval veroorzaakt zouden kunnen worden. Dan moet worden onderzocht of de klachten vóór het ongeval al aanwezig waren. En tenslotte, of de klachten mogelijk door een andere oorzaak kunnen worden verklaard. Vervolgens dient een jurist vast te stellen of er sprake is van causaal verband.

Lange tijd werd deze toets gebruikt om schade vergoed te krijgen bij nekklachten. In het vonnis van 28 december 2016 is het arrest van de Hoge Raad ook gebruikt om te beoordelen of de electrocutieklachten door het bedrijfsongeval waren veroorzaakt. Dit bevestigt dat het arrest van onschatbare waarde is geweest.

Wat betekent dit voor slachtoffers?

Het is belangrijk dat klachten door een ongeval op tijd worden genoteerd door een arts. Kort na het ongeval (in de regel genomen binnen 48 uur) moeten de klachten bij een arts zijn gemeld. Voor de bewijsvoering is het belangrijk dat de arts deze klachten ook opschrijft. Vervolgens kan in een deskundigenonderzoek het overige worden onderzocht. Het is aan te raden om zo’n deskundigenonderzoek te laten begeleiden door een advocaat. Het is namelijk erg belangrijk welke vragen aan de deskundige worden gesteld.

Ook "niet-objectiveerbare" klachten? En wil de verzekeraar niet uitkeren? Neem contact op.

Bron: ECLI:NL:RBOVE:2016:5157


Tweeëntwintig jaar na een ongeval nog schade claimen? De Hoge Raad legt uit wanneer een voorbehoud verjaart.

Op 23 december 2016 heeft de Hoge Raad duidelijkheid gegeven over de verjaring van voorbehouden in vaststellingsovereenkomsten.

Een 19 jarige tandarts krijgt in 1980 een verkeersongeval waarbij hij letsel oploopt aan zijn knie. Er vindt een afsluitend deskundigenonderzoek (expertise) plaats. De letselschadezaak wordt in 1985 afgewikkeld. Er wordt geen procedure gevoerd maar een overeenkomst gesloten. In die overeenkomst wordt een zogenaamd “voorbehoud” opgenomen. Dit gebeurt vaker in de letselschade en is eerder regel dan uitzondering. Er bestaat echter nog veel onduidelijkheid over hoe zo’n voorbehoud nu precies moet worden geformuleerd. En welke looptijd moet worden gebruikt? Met andere woorden; wanneer is een toekomstige gebeurtenis nog een gevolg van een ongeval? Sommige medisch adviseurs stellen hiervoor een termijn van 10-15 jaar. Uit de uitspraak van de Hoge Raad van 23 december 2016 blijkt maar weer eens dat ook vele jaren later nog schade kan ontstaan. En, belangrijker nog, dat dit wel degelijk nog als een gevolg van een ongeval kan worden beschouwd.

Waar ging het precies over? Het ongeval dateert dus uit 1980. In 1985 is de vaststellingsovereenkomst gesloten. In de vaststellingsovereenkomst is het volgende opgenomen:

“tegen betaling door NBM van fl. 23.500,– onherroepelijk en onvoorwaardelijk kwijting verleende ter zake de door hem geleden en nog te lijden schade uit hoofde van dit ongeval. (…) Een voorbehoud wordt gemaakt voor financiële gevolgen, waarvan vastgesteld wordt dat deze voortvloeien uit een belangrijke afwijking ten opzichte van de situatie en de invalidering als beschreven in het rapport van de als onafhankelijk deskundige benoemde orthopaedisch chirurg Dr. H.S.M. Raat d.d. 20 juli 1982.”

In 2007 (nota bene 22 jaar na het ongeval) meldt het slachtoffer zich bij een arts. De klachten in de knie zijn toegenomen. Er blijkt sprake van posttraumatische artrose. Het slachtoffer is hierdoor arbeidsongeschikt geraakt. Hij wendt zich tot de aansprakelijke partij van het ongeval in 1985 en doet een beroep op het voorbehoud.

Er wordt een deskundigenonderzoek door een arts verricht. De arts acht het “erg waarschijnlijk” dat de oorzaak van de toegenomen knieklachten in het ongeval van 1985 ligt.

De aansprakelijke verzekeraar beroept zich op verjaring. De verjaring zou 5 of 20 jaar zijn, ingaand in 1985 waardoor de vordering inmiddels verjaard zou zijn. Het Hof bepaalde echter dat deze termijn niet in 1985 is gaan lopen maar op het moment dat het slachtoffer bekend is geworden met de schade. In dit geval in 2007 dus. Juridisch gezien is er sprake van een opschortende voorwaarde dat het slachtoffer bekend raakt met de schade zoals bedoeld in het voorbehoud. Deze redenering wordt door de Hoge Raad bekrachtigd.

Vervolgens stelt de verzekeraar zich op het standpunt dat er geen bewijs van het causale verband kan worden geleverd. Met andere woorden, de toegenomen klachten zijn geen gevolg van het ongeval in 1980. Het bewijs van het causale verband wordt door het Hof geacht te zijn geleverd door het laatste deskundigenrapport. Hierin worden de toegenomen klachten “erg waarschijnlijk” een gevolg geacht van het ongeval. Daarnaast geeft de medische informatie geen blijk van een andere oorzaak van de huidige klachten. Dat het deskundigenrapport uit 1985 verloren is geraakt doet daaraan niet af.

Conclusie

Wat kunnen we als letselschadeadvocaten leren van dit arrest? Allereerst is een looptijd voor een voorbehoud mijns inziens niet meer aan te raden. Pas vanaf het moment dat de (toegenomen) schade intreedt gaat de verjaring (van maar liefst 20 jaar) lopen. Met betrekking tot het causaal verband levert het arrest mijns inziens een bevestiging op van wat we al wisten. Zelfs na 22 jaar kan het causaal verband nog worden aangetoond, zelfs als het expertiserapport kwijt is.

Meer lezen over een voorbehoud? Lees dit artikel waarin de betekenis van het voorbehoud nader wordt toegelicht.

Bronnen: ECLI:NL:PHR:2016:1006 en ECLI:NL:GHSHE:2015:2085